Flanders commemorates the First World War

De zomer van 1917. Het zenit van Talbot House

TakbotHouse_cr16-9.jpg

Talbot House
Talbot House

'De zomer van 1917. Het zenit van Talbot House is de nieuwe tijdelijke tentoonstelling in het Talbot House, ze loopt tot 15 december 2017. Aan de hand van brieven,dagboekfragmenten, authentiek beeldmateriaal en unieke objecten wordt de bezoeker een blik achter de schermen van de bekende Britse soldatenclub gegund tijdens de Slag bij Passendale (31 juli – 10 november 1917).

“Dit is het zenit van Talbot House, en ik wil dat alles op z'n best is. Zelf ben ik buitengewoon fit en geniet ik met kinderlijke vreugde van de grote werkdruk. Ik vraag niet beter en ben erg dankbaar voor mijn gezondheid en kracht. Het is werkelijk goed hier te zijn”.

P.B.Clayton, brief aan zijn moeder, 15 september 1917

 
Tijdens W.O. I maakt Poperinge deel uit van het kleine stukje onbezet België. Weg van het krijgsrumoer van de Ieperse frontstreek, wordt de stad het zenuwcentrum van de Britse sector.  In de zomer van 1917 bereikt Talbot House, het bekendste soldatenhuis van het Britse leger,  het toppunt van zijn succes. Terwijl nauwelijks 15 km verderop de Slag bij Passendale woedt, proberen aalmoezenier Tubby Clayton en zijn  team er in hun ‘Every Man’s Club’ voor te zorgen dat hun ‘klanten’  er wat lichamelijke, geestelijke of spirituele rust vinden en de gruwel  kunnen vergeten, al is het maar voor eventjes…  Echt veilig is het trouwens nooit, ook niet in Poperinge, want de stad ligt nog altijd binnen het bereik van het vijandelijk geschut.

Het 18de Legerkorps, onder wiens administratief bevel Poperinge in de zomer van 1917 valt, beseft het belang van de soldatenclub voor het moreel van de troepen  en stimuleert de divisies in de buurt de werking van het Huis financieel te ondersteunen. Er wordt een Talbot House Comité opgericht, bestaande uit officieren en soldaten, met vier subcomités (Huis, Kantine, Sociaal en Financies). De faciliteiten worden sterk verbeterd en het aantal personeelsleden wordt opgetrokken tot 14.

De kantine wordt gerenoveerd en fors uitgebreid; een bijhorend winkeltje biedt een rijk gamma aan producten aan. In het naburige hopmagazijn worden een Tea Bar en een Supper Room opgestart . De tuin wordt met grote zorg onderhouden; zitbanken en hangmatten bieden de vermoeide soldaten wat rust voor ze weer naar het front vertrekken. Met giften van toonaangevende Britse uitgevers wordt de bibliotheek uitgebreid tot meer dan 1000 boeken, incl. een kaartindex. Op het dak van de uitbouw wordt met een extra spelkamer ingericht; op de tweede verdieping komt een ‘biljartzaal’. De Concert Hall wordt de draaischijf van een grote waaier aan recreatieve activiteiten: lessenreeksen, lezingen, debatten, cinema, schaaktornooien, concerten, sing-songs, cabaret, enz. volgen elkaar in snel tempo op. Er treden komedianten, voordrachtskunstenaars en goochelaars op. Er is een huisorkest en een eigen toneelgroep, geleid door een ‘artistiek directeur’.  De zolderkapel wordt verrijkt met heel wat persoonlijke schenkingen, vaak aandenkens aan soldaten die in de strijd gesneuveld zijn .  Vele honderden wonen hier de dagelijkse diensten bij,  waarbij de nokvolle kapel ”vaak schommelt als een reusachtige wieg”. Anderen zoeken er wat bezinning, inspiratie en gebed. Velen worden er gedoopt, gevormd en gaan er voor het eerst te communie, niet weinigen echter ook voor het laatst.

Het Huis zit constant stampvol  Niet alleen Britten, maar ook Canadezen, Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Jamaicanen, Zuid-Afrikanen, zelfs Chinese arbeiders komen er over de vloer. Allen proberen ze de “verschrikkingen en smerigheid”  voor eventjes achter zich te laten.

“Ik voelde mij ongelukkig en eenzaam toen ik de Every man's Club binnenstapte.  De voorbije drie weken had ik geleefd in een land van modder en dood.  Veel van mijn beste vrienden waren gesneuveld, anderen gewond, verminkt, in ondraaglijke pijn.  Het gedruis van de bombardementen dreunde nog na in mijn oren,  en de beelden en geuren van het slagveld lieten me maar niet los.  Ik liep door het huis naar de tuin en zette me wat te rusten.  Uit een buurhuis klonken stemmen van vrouwen, bezig met hun dagdagelijkse huiselijke werk.  Het gras was haast ongelooflijk groen.  De blaadjes waren amper beginnen afvallen, de takken bewogen zich zachtjes in de wind en in de top van een boom zat een vogel te zingen.”
N.N., 58th Division, september 1917

http://www.talbothouse.be/

More news